De Nederlandse bagagewagens

Op de Nederlandse modelbaan zijn tot de jaren 50 bagagewagens een onmisbaar onderdeel. In zowel alle personentreinen als goederentreinen reed steeds minimaal 1 bagagewagen mee.

In model wordt hieraan nogal eens voorbij gegaan, mede door gebrek aan gevarieerde bagagewagens. Inmiddels hebben wij meedere bagagewagens in ons programma die u in uw treinen kunt gebruiken. Over het algemeen reden in treinen met drieassige rijtuigen en alle grens overschrijdende treinen bagagewagens met drie assen. Bij tweeassers passen zowel twee- als drieassige wagens en in treinen met vierassers drie- en vierassige bagagewagens zoals gebouwd na 1890.

In goederentreinen reden voornamelijk tweeassige bagagewagens. In de jaren 30 zakte diverse oudere twee- en drieassige personentrein bagagewagens af naar de goederendienst. Na 1945 gingen veel van de resterende drieassige personentrein bagagewagens eveneens dienst doen in het goederenvervoer.

Veel van deze houten bagagewagens waren tegen de jaren 50 aan het einde van hun levensduur en zijn daarop vervangen door nieuw gebouwde stalen bagagewagens voor goederentreinen ( zie NS Dg, art. k-60).

In de personendienst deden in de jaren 50 nog diverse houten drie- en vierassers dienst en vele "stalen D" vierassers uit de jaren 30. Er zijn geen speciale personentrein bagagewagens meer gebouwd na de laatste van deze stalen vierassers in 1933. De naoorlogse stalen rijtuigen kende hooguit gecombineerde rijtuigen met een bagageruimte, als eerste toegepast bij de bekende plan D rijtuigen. Deze hadden, net als later bij plan E, een RD die was voorzien van bagageruimte en restauratieafdeling. Tot de jaren 60 deden de laatste stalen vierassige bagagewagens nog dienst in o.a. internationaal verkeer, daarna verdween de bagagewagen uit personentreinen. Veel van de stalen Ds" uit de jaren 30 deden nog jarenlang dienst als dienstwagen tot eind jaren 90.

Voor de goederendienst werden nog veel langer bagagewagens gebruikt. Tot de jaren 60 was dit voorgeschreven voor iedere goederentrein. In de tijd daarna werden alleen de stalen Dgs uit 1954 nog gebruikt voor treinbegeleiders. Diverse diensttreinen waren hiervan voorzien. In vele uitvoeringen hielden de laatste van deze stalen Dgs het als dienstwagen tot in de jaren 90 vol.

Plaats van de bagagewagens in de treinen:

Bagagewagens liepen tot begin jaren 30 altijd direct achter de locomotief. Bij de HSM was het in breedspoor tijd zelfs zo dat het uitkijkje op haar bagagewagens direct achter de loc diende te zitten zodat de koppeling tussen loc en trein in geval van ontsporing van de locomotief door de conducteur verbroken zou kunnen worden. Hiertoe was een speciale noodstang aangebracht.

Het kon ook voorkomen dat de bagagewagen achter in de trein geplaatst werd echter alleen als er direct achter de loc geen houten rijtuig met passagiers bevond. Een afgesloten rijtuig zonder passagiers of een goederenwagen mocht wel direct achter de loc worden geplaatst. Dit in verband met mogelijke ongelukken waarbij het eerste voertuig mogelijk op de loc kapot gedrukt kon worden. Toen later de stalen rijtuigen in dienst kwamen mochten deze wel direct achter de loc worden geplaatst doordat deze veel sterker van constructie waren. Daardoor verhuisde de bagagewagen naar het eind van de trein. Bij treinen met houten personen materieel bleef echter achter de loc meestal een (houten) bagagewagen rijden.

De oudste bagagewagens hadden "spiegelkasten (de uitbouwen aan de kop) met daarin letterlijk spiegels zodat de conducteur over de trein kon kijken. De kopwand had dan ruiten om de loc in de gaten te houden. Dit betekende dat deze bagagewagens, net als de loc, op ieder eindpunt gedraaid moest worden!
Om dit tijdrovende werk te besparen plaatste de HSM op veel trajecten aan beide einden van de trein een bagagewagen. De later gebouwde bagagewagens kregen een andere opbouw zodat de trein in beide richtingen gecontroleerd kon worden en het draaien niet langer nodig was.

In de goederendienst verhuisde de bagagewagen na invoering van de doorgaande rem in 1934 ook naar de achterzijde van de trein. Goederenwagens zijn niet voorzien van een leiding voor stoomverwarming en nu was deze verwarming die de Dgs hadden dus niet meer bruikbaar. Bij direct achter de loc plaatsen kon de verwarming nog op de locomotief worden aangesloten maar nu werden in alle wagens potkachels geplaatst als verwarming. Op het dak was dit herkenbaar aan de T ventilator die daarvoor werd geplaatst.

In sommige goederentreinen liepen meerdere bagagewagens mee voor personeel dat bij het lossen moest helpen. Vooral bij zandtreinen reden baanwerkers mee voor het lossen.