Kleur van de wagenbak:
Normaal goederenmaterieel:
Bak donkerbruin, binnenzijde lichtgrijs
Koelwagens:
Wit
Dienstmaterieel:
Grijs
Onderstellen:
Zwart zover zichtbaar, overige grijs
Gascilinders:
Grijs
Daken:
Zandgeel (bitumen als dakbedekking bestond nog niet, de daken werden beplakt met
speciaal papier dat in lijnolie was gedrenkt en daarna nogmaals met lijnolie
bestreken. In deze natte laag werd gezeefd wit (geel) zand gestrooid.
Buffers, handgrepen, treeplanken, sluitingen, scharnieren en alle overige ijzerwerken waren zwart. Bij sommige wagens werd dit letterlijk nageleefd en werden ook alle hoek- en U-profielen zwart geschilderd.
Kleur van de opschriften:
De opschriften van de HSM kende een wat magere structuur. Pas rond 1910
wordt er een duidelijke standaard opgesteld die later door de NS werd
overgenomen. Bij materieel uit de periode ervoor zijn vaak evenveel afwijkingen
te vinden als er wagens zijn. Nagenoeg geen enkele serie (hoe gelijk van
afmeting ze ook zijn) lijkt daarbij gelijke opschriften te hebben. Er komen
altijd wel afwijkingen voor. Soms logisch omdat er geen ruimte is voor een
andere oplossing, soms wat minder duidelijk (b.v. het weglaten van veel
hoofdgegevens op de gehele wagen en deze enkel op het onderstel vermelden).
Het meeste van de onderstaande richtlijnen is gebaseerd op tekeningen en
foto’s. Foto’s zijn er helaas niet veel omdat het gebruikte oranje en
daarvoor geel, op oude foto’s niet te zien is door de lage fotogevoeligheid
van rood indertijd.
Ketel- en particuliere wagens zijn buiten beschouwing gelaten. Deze kende
dusdanig veel afwijkingen dat alleen een foto uitsluitsel geeft over de
aangebrachte opschriften. Op een uitzondering na blijken de tekeningen die
gemaakt zijn voor het beschilderen van particulier materieel nooit te kloppen.
Lettertypes / grootte en kleur wijken meestal af, soms klopt de wagen zelfs niet
exact met de tekening…
Kortom, hieronder een overzicht waarmee u uw normale gesloten en open wagens van opschriften kunt voorzien zoals het zeer waarschijnlijk was geweest. Het beste blijft het zoeken van een foto of tekening maar tekeningen bevatten lang niet altijd de opschriften en de getekende opschriften gelden meestal bij de indienststelling en worden na verloop van tijd weer aangepast. Foto’s zoeken uit HSM tijd is zeer moeilijk maar mocht u wat informatie kunnen vinden dan horen wij dit natuurlijk graag van u!
Het lettertype op de bak en de letters HSM + nr op het onderstel week af van het later gebruikte lettertype en was nagenoeg altijd van schaduwrand voorzien. Deze letters waren tot 1897 geel met een zwarte schaduw, na 1897 werd het geel voortaan oranje. Meestal waren deze letters zo’n 150mm hoog. Ook eventuele overige opschriften op de wagenbak waren meestal ook geel of later oranje. Afwijkingen kwamen voornamelijk bij het particuliere materieel voor. Hierbij werden de oranje opschriften vaak zwart uitgevoerd.
Gesloten wagens:
Op de deur, boven het midden de teksten “Holland, HSM, [wagennummer]”
onder elkaar gecentreerd. Op de kopwanden bovenin beide hoeken stond meestal het
wagennummer.Bij koelwagens werd het wagennummer op de zijwand meestal niet onder
de tekst “HSM” aangebracht maar in de linker en rechter bovenhoek van de
wand.
Op het plakbord werd soms “Van:” en “Naar:” onder elkaar aangebracht.
Open- en platte wagens:
Links op de bak de teksten “Holland, HSM (onder elkaar gecentreerd),
rechts op de bak het wagennummer. Op de kopwanden bovenin beide hoeken stond
meestal het wagennummer, soms stond er echter alleen op de linkerzijde HSM met
daaronder het wagennummer.
Opschrifen op het
onderstel tot +/- 1910:
In het algemeen stonden de specifiekere teksten enkel op het onderstel en
niet op de bak. De volgorde was: geheel links “GEW …… K.G.” met eronder
“Draagvermogen …… K.G.”. Daarna kwam de tekst “BODEMVLAK……. M2”.
In het midden stond weer HSM en het wagennummer, daarna kwam “RADSTAND…..
M”. geheel rechts stond “REV …. / …. 189…"
Al deze opschriften waren tot ca 1890 geel, daarna alle wit behalve HSM en het wagennummer dat geel (na 1897 oranje) was. Alle teksten op de stelbalken waren zonder schaduw uitgevoerd. Het lettertype van de witte teksten week af van de rest van de bak en was tussen 35 en 60mm hoog.
Een afwijkende volgorde die ook voorkwam was o.a. het draagvermogen met daaronder de indienststelling links met daarna “Gewicht Wagen …. K.G., Gewicht Assen …. K.G., Totaal Gewicht …. K.G.”. Alle gewichten stonden daarbij onder elkaar waarna weer het nummer en revisiedatum volgde. Er waren nog tientallen andere varianten mogelijk blijkt uit tekeningen en foto’s. Over het algemeen stonden in ieder geval de hoofdgegevens van de wagen erop vermeld die van belang waren voor de wagenmeester.
Vanaf ongeveer 1910 (exacte datum nog niet bekend) werd een nieuw lettertype toegepast. Dit lettertype was nagenoeg gelijk aan wat later bij de NS als standaard aangehouden zou worden. De schaduw van de letters verviel hierbij, de kleur bleef oranje. Bij veel particuliere wagens werden de oranje opschriften op de bak in zwart uitgevoerd.
De plaats van de opschriften werd ook gelijk aan wat later ook bij de NS toegepast zou worden. De meeste afwijkingen kwamen weer voor bij het particuliere materieel waar nu niet altijd plaats voor deze opschriften overbleef. Soms werden de oude indeling gehandhaafd maar werden nieuwe toegevoegde opschriften er ergens op de wagen bijgeplaatst zoals de telegrafische benaming, draagvermogen etc.
Gesloten wagens:
Links op de bak, ongeveer halverwege de bakhoogte kwamen onder elkaar de tekst
“HOLLAND, HSM, [nummer]” (alle 185mm hoog) en daaronder het
laadvermogen en telegrafische benaming (b.v. GTG, CHD etc.., alle 80mm hoog).
Hieronder kwamen twee regels tekst “ALLEEN VOOR PLAKBRIEFJES” en “NUR FUR
UBERGANGSZETTEL”, beide 35mm hoog. Ook hierop kwamen afwijkingen voor, b.v.
eerst HSM en daaronder Holland etc.
In het twee “vak” (indien aanwezig) stonden onderaan de wagengegevens onder
elkaar: “RADSTAND x.00 M, DRAAGVERMOGEN …… KG, GEWICHT …… KG” en
soms ‘BODEM … M2, SCHUIFASSEN, VEREINSLENKACHSEN”.
Open- en platte wagens:
Deze werden zoveel mogelijk gelijk beschilderd. Soms was het noodzakelijk
door b.v. lage zijwanden om het wagennummer naast “HOLLAND, HSM” te
plaatsen. Dit verschilde vaak per serie omdat met deze uitzonderingen blijkbaar
niet echt rekening was gehouden bij het opstellen van de ‘standaard”
opschriften.
Voorbeeld: “HOLLAND, HSM, NUMMER” alleen naast elkaar. Onder “HOLLAND” de twee regels tekst “ALLEEN VOOR PLAKBRIEFJES” en “NUR FUR UBERGANGSZETTEL”. Onder “HSM” werden het draagvermogen en telegrafische benaming naast elkaar geplaatst.
Onder het wagennummer kwam bij b.v. de zandwagens de tekst “3.3 T/M” om aan te duiden hoeveel ton per vierkante meter beladen mocht worden.
Opschriften op het onderstel
na +/- 1910:
In het algemeen stond geheel links “DRAAGVERMOGEN …. K.G.” met eronder
“GEWICHT …… K.G.”. In het midden stond weer HSM en het wagennummer,
daarna kwam de tekst “BODEMVLAK……. M2”. Losse onderdelen zoals kop- en
zijwanden, rongen etc. werden daaronder benoemd. Geheel rechts stond weer “REV
…. / …. 19…”
Al deze opschriften waren wit behalve HSM en het wagennummer dat oranje was.
Alle teksten op de stelbalken waren zonder schaduw uitgevoerd. Het lettertype
van de witte teksten week soms af van de rest van de bak en was ongeveer 45mm
hoog.
Afwijkingen waren er weer tientallen, ook hierbij werden in ieder geval de
hoofdgegevens van de wagen erop vermeld.
Door M. Kastelijn, MK Modelbouwstudio’s 2004