Dit model is opnieuw in productie genomen en vanaf maart 2016 weer leverbaar!!

Kunststof model "Dg bagagewagen NS 2421-2700" (NS)

Periode 1954-1990, art. k-60ns


Foto: Met de opschriften zoals afgebeeld deden enkele van deze wagens dienst tot in de jaren '90 als dienstwagen.


De eerste exemplaren werden nog in het rijtuiggroen afgeleverd. Voor zowel de bruine als groene versie worden opschriften bijgeleverd. De groene wagen heeft nog een raam in de kopdeur, de bruine heeft dichte deuren.


De bouwset bestaat uit een complete wagenbak en een onderstel, verder diverse losse messing details, wielen, kortkoppelingen enz.


Foto: Bewaarde Dg van de Stoomtrein Goes-Borsele te Goes in 2007

Het origineel:
Deze stalen tweeassige bagagewagens zijn in 1954 door de Winschoter Machinefabriek N.v. te Winschoten gebouwd op onderstellen van buitendienst gestelde goederenwagens type CHD (zie ook onze messing gesloten wagens). Ze namen de taken over van de vele oudere houten bagagewagens in de goederentrein dienst. Indertijd diende elke goederentrein nog te zijn voorzien van een treinbegeleider die in deze bagagewagens een plaats had. Via de zij uitbouwen had hij vanaf zijn zitplaats zicht langs de trein. Voor meer informatie over de bouw van deze wagens zie onderaan het artikel dat indertijd in “Spoor en Tramwegen” verschenen is.

Wijzigingen:
Midden jaren ’60 vervielen de ramen in de kopdeuren. Eind jaren ’70 vervallen ook de dubbele kopramen aan 1 zijde. Het enkele raam blijft meestal aanwezig, bij enkele wagens werd echter ook dit raam dichtgezet.
De opstaphandgreep tegen de bak werd in de jaren ’70 eveneens vervangen. Oorspronkelijk bestond deze uit een handgreep vanaf de bak naar de wagenvloer waartegen een schuine handgreep was gelast. Voortaan werd dit echter 1 geheel en werd de schuine handgreep verlengd tot de wagenbak zodat de wat dikkere rechte handgreep verviel (zie tekening). Eveneens kregen veel wagens in begin jaren ’70 rollager aspotten in plaats van de W1 aspotten.
De Dg’s zijn tot de jaren ’90 gebruikt in het goederenvervoer. Diverse werden echter al eerder voor specifieke functies tot dienstwagen omgebouwd. Zo waren er wagens voor wisselverwarming die een aggregaat kregen. Daarvoor verviel het interieur grotendeels en werden het toiletraam dichtgemaakt met een plaat. Op het bordes aan deze zijde verscheen een overloop plaat. De Dg’s werden ook gebruikt om treinen voor te verwarmen voor gebruik. Daarvoor kregen ze een pantograaf op het dak met enkele veiligheidsbeugels. Enkele van deze Dg’s zijn later weer omgebouwd voor ontijzelen van bovenleiding. Op de pantograaf werd een schraper gezet die de ijzer eraf krabde. Er zijn verder ook diverse gebruikt als dienstwagen als gereedschapswagens enz. maar hierbij werd uiterlijk veelal niets aan de wagens veranderd. Diverse van deze varianten zullen later verschijnen. De laatste wagens van dit type gingen in de jaren ’90 naar diverse musea zodat er nu nog 11 stuks bewaard zijn gebleven.

Kleurstelling:
De eerste 70 stuks werden geleverd met een wagenbak in het naoorlogse standgroen, een zwart onderstel en handgrepen en een grijs dak. Bij alle latere exemplaren werd de bak goederenwagen bruin geschilderd. Ook de eerste 70 kregen deze kleur na hun eerstvolgende schilderbeurt.
Voor gebruik in geduwde werktreinen werd bij enkele wagens in de jaren ’70 de kopdeur geel geschilderd.
De wagens die werden gebruikt als dienstwagen voor voorverwarming (met pantograaf op het dak) werden als enige serie in het goederenwagen grijs geschilderd (de oude kleur van het goederenmaterieel). Na 1978 verscheen de eerste in huisstijl geschilderde Dg, een dienstwagen voor onderhoud aan Hiab kranen (kranen op locomotoren). Deze had een blauwe wagenbak met gele kopdeuren  en gele kopkanten van de uitbouw. Het hekwerk en de handgrepen waren rood geschilderd. Ook de dienstwagens voor wisselverwarming werden na 1983 blauw en een verblijfswagen voor spoorvernieuwing. De overige bleven steeds bruin geschilderd.

Het model:
Dit model bestaat uit een complete kunststof wagenbak en een kunststof onderstel. Het model is exact 1:87 uitgevoerd. Diverse details zoals de sluitseinijzers, hekwerken, opstaptreden enz. zijn in kunststof uitgevoerd. Beide kopdeuren zijn eveneens in messing uitgevoerd zodat u kunt kiezen of u een oude versie met kopramen maakt of een versie met dichte deuren. Het gehele model kan eenvoudig gelijmd worden.

Het model is vanaf voorjaar 2013 niet langer leverbaar.

Bouwset      Art. nr.  k-60ns prijs € 32,50
Optie: messing dakventilatoren             Art. nr. 650 prijs: € 3,50

Meer informatie over het origineel vind u op http://www.locomotor.nl/DG.HTM

Hieronder de tekst uit een artikel naar aanleiding van de indienststelling van deze wagens in 1954

Goederentreinbagagewagens NS Serie 2421 enz.

door J. J. KARSKENS, gepubliceerd in “Spoor en Tramwegen” nr 16, 5 augustus 1954

In de behoefte aan goederentreinbagagewagens is na de indienststelling van de stalen Dg 2370-2420, in de jaren 1930-1931, voorzien door bagagewagens, welke voor de personendienst niet meer nodig waren, als Dg in te richten. Ook doen E-wagens rijtuigen, postrijtuigen en gesloten wagens met meer of minder wijziging als Dg dienst.
De gesloten wagens lenen zich uit de aard der zaak niet zo goed voor het inrichten tot Dg, terwijl zij bovendien aan hun normale dienst onttrokken worden. De oude rijtuigen hebben het bezwaar, dat een groot gedeelte van de inrichting ongebruikt blijft, maar natuurlijk wel in zodanige staat moet blijven, dat het voertuig behoorlijk dienstvaardig is. Het gebruik van rijtuigen bleef daarom voornamelijk bepaald tot nood-Dg. D, E, en P kunnen het beste dienen, doch ook bestaat, vooral bij de eerste twee soorten, het bezwaar, dat zij dikwijls afmetingen hebben en van inrichtingen voorzien zijn, welke voor de Dg-dienst overbodig zijn, zoals hoge remkast, dikwijls vier roldeuren, enz. Het onderhoud van deze oude wagens zou dan onnodig duur worden.
Roldeuren en koppotieren worden tegenwoordig vastgezet, doch het blijven min of meer zwakke delen van bak. In "Spoor- en Tramwegen" nos. 22 en 26 van 1948 en nos. 2 en 8 van 1949 is een verbouwing van D tot Dg besproken en ook de wijziging van Dg volgens de toen geldende opvattingen. Op deze wijze werd wel meer geëigend materieel verkregen, maar e.e.a. is toch alleen economisch verantwoord als de toestand van de wagen een ingrijpende wijziging waard is. En aan het aantaloude personen-D komt tenslotte ook een eind, terwijl in vele gevallen, zie bijv. afb. 2 in no.26 van 1948 en afb. 2 in no.8 van 1949, onnodig grote wagens verkregen werden. Daarom werd besloten tot de indienststelling van 150 nieuwe Dg, waarvan de eerste in December 1953 in dienst gesteld is.

De eerste 50 wagens, met de nos. 2421-2470, zie afb. 1, 2, 3, hebben Wh-rem met snelwerkende tripleklep. Er is van bestaande onderstellen gebruik gemaakt, wellte alle gelijk zijn gemaakt met draagveren, met een lengte van 1600 mm, veerophanging, remwerk, ook handrem en bordessen. De tweede 50 wagens krijgen een tripleklep met G-verstelinrichting.

De bak bestaat uit aan het onderstel en onderling gelaste profielstalen stijlen, daktogen en hemelbomen mét opgelaste paneelplaten met een dikte van 3 mm voor zij- en kopwanden en opgelaste dakplaten met een dikte van 2 mm. De bak is verdeeld in een conducteursafdeling en een ruim, waarin zich de retirade bevindt alsmede de kolenkist en een kast voor twee propaangasflessen voor de verlichting. In het ruim zijn tevens aan een zijwand haken en seinijzers aangebracht voor het opbergen van een reserveluchtkoppeling, twee hoekborden, een gele witgerande schijf en een witte zwartgerande schijf. Bovendien is naast de deuropening in de kopwand een koker voor de groene vlag aangebracht. Het kopportier van deze afdeling heeft een deuropening van 900 mm breedte. Het ruim is door een tussenwand met draaideur gescheiden van de conducteursafdeling. Deze laatste heeft zij-uitkijkkasten in de ene waarvan een zitting aangebracht is waarvóór zich een tafel bevindt. Het tafelblad is aan een zijde met de tussenwand verbonden en aan de andere zijde op een pijpvormige voet opgeIegd. In het tafelblad is boven deze voet een tuimelbare asbak aangebracht, zodat de as gemakkelijk door de pijp en een uitlaat beneden de wagenvloer verwijderd kan worden. Boven de tafel is aan de tussenwand de loketkast bevestigd. De conducteursafdeling is voorts voorzien van een noodremkraan met rnanorneter aan de tussemvand naast de loketkast, een handrem, een kachel, drie kleerhaken aan de tussenwand en een waardekist in de hoek tegen de kopwand. Het deksel is als zitting uitgevoerd. Naast de waardekist bevindt zich een kast voor overige seinmiddelen, zijnde twee rode vlaggen. In de andere hoek is nog een klapzitting aangebracht. Alle zittingen zijn bekleed. De kolenkist heeft een in de conducteursafdeling reikende schepopening. In de andere zij-uitkijk zijn spiegels aangebracht, waardoor van de zitplaats achter de tafel langs beide zijden van de trein uitgezien kan worden.
Het kopportier van de conducteursafdeling heeft een deuropening van 620 mm. Alleen de conducteursafdeling heeft binnenbetimmering; in het ruim ziet men direct tegen de stalen paneelplaten. De brede bordessen met het portier in de kopwanden maken de toegang tot de wagen, ook vanaf een emplacement, zeer gemakkelijk.

Zoals uit de afbeeldingen blijkt zijn ramen in ruime mate aangebracht, zodat de dagverlichting zeer goed is. De retirade wordt verlicht door een ruit van muranees glas in de buitenzijwand en een dergelijke ruit in de deur. In de tussenwand is boven de loketkast een raam met muranees glas aangebracht, hetwelk bij nacht het licht van de lamp in de conducteursafdeling naar de retirade doorlaat. Het ruim wordt dan verlicht door de ruit in de tussendeur. Alleen de ramen in de zijwand van de zij-uitkijkkasten zijn als zakraam uitgevoerd. Voorts zijn voor ventilatie in het dak twee torpedoventilateurs aangebracht. De retirade heeft een ventilatieraam met schoffels, boven het raam in de zijwand.

De nachtverlichting bestaat uitéén lamp boven de tafel in de conducteursafdeling. .Hiervoor zijn in de reeds genoemde kast in het ruim twee propaangasflessen aanwezig. Een ledige fles kan op eenvoudige wijze door een gevulde vervangen worden. Hier is dus geen sprake van "gasvullen", doch van verwisseling van een "gashouder" (gevulde fles met propaangas). De kast heeft een naar boven opklapbaar luik waardoor de opening vrij komt voor het plaatsen van de flessen. Het luik is voorzien van twee handgaten met wentelbaar deksel, waardoor de afsluiter aan de bovenzijde van elke fles bediend kan worden. De twee afsluiters staan via een expansiebocht in verbinding met een driewegskraan. Boven deze kraan is een drukregulateur aangebracht en deze is door een leiding verbonden met de afsluiter in de conducteursafdeling. Van deze afsluiter leidt een leiding naar de lamp. De driewegskraan heeft drie standen in welke- of beide flessen afgesloten zijn of één der flessen met de leiding naar de Iamp verbonden is.
Uitgaande van twee gevulde flessen is de toestand nu zo: De driewegskraan wordt in de stand gebracht waarin zij één der flessen verbindt met de leiding. Daarbij wijst het handel van de kraan in de richting van de fles welke zij aansluit en in deze stand wordt zij geplombeerd. Om de lamp aan te steken wordt de afsluiter van de ingeschakelde fles door het handgat geopend en daarna de afsluiter in de conducteursafdeling. Daarna kan de lamp met een lucifer aangestoken worden, waarbij er vooral rekening mee moet worden gehouden, dat de lucifer onder en niet in het trekglas of tegen het kousje gehouden wordt. Voor het doven van de verlichting moet eerst de afsluiter in de conducteursafdeling gesloten worden en dan de afsluiter van de in dienst zijnde fles. Wanneer na een bepaald aantal branduren de inhoud van de fles zodanig verminderd is, dat de lichtsterkte van de lamp merkbaar minder wordt, wordt de afsluiter op de andere fles geopend en de driewegskraan geplaatst in de stand voor doorlaat vanaf deze fles, waarbij de plombering verbroken wordt. Vervolgens moet de afsluiter van de ledige fles gesloten worden.
Van het ledig zijn van één der flessen moet zo spoedig mogelijk kennis gegeven worden, opdat zij door een gevulde fles vervangen kan worden. Bij deze vervanging wordt tevens het handel van de driewegskraan in de huidige stand geplombeerd. Practisch wordt dus steeds met één fles gewerkt en de tweede dient alleen om over gas te kunnen beschikken wanneer de in gebruik zijnde fles ledig raakt. Bij elke handeling aan de flessen, ook bij het bedienen van de afsluiters, mag geen vuur van pijp, sigaar of sigaret aanwezig zijn, dus ook geen lucifer of anderszins voor bijlichten gebruikt worden. In de zijwand, grenzende aan de kast voor de flessen, is boven de vloer een ventilatierooster aangebracht, waardoor ingeval van enige lekkage het gas, dat zwaarder is dan lucht, ontwijken kan. Wanneer lekkage wordt opgemerkt moet zo spoedig mogelijk de hulp van een wagenmeester ingeroepen worden. Vóór het verlaten van de wagen moeten de afsluiter in de conducteursafdeling en die van de gasflessen gesloten zijn.

Tenslotte zij vermeld, dat het gewicht van deze wagens 9.5 tot 9.8 ton is. Het draagvermogen bedraagt 5 ton.