Kunststof model bovenleiding inspectie locomotieven (acculocomotieven) NS 81 en 82 (ex. HSM)

Ter informatie over de inhoud van deze bouwsets vind u hieronder de bouwbeschrijving zonder de algemene introductie over de diverse technieken. Deze kunt u elders op deze site vinden. In de gebrukte bijgeleverde bouwbeschrijving zijn alle foto's zwart-wit afgedrukt.

Bouwbeschrijving acculocomotieven art. L-81

De bouwbeschrijving behandeld de bouw van deze wagens stapsgewijs. We gaan er hierbij vanuit dat u de algemene bouwbeschrijving heeft gelezen? Daarin vind u enkele tips over de constructie wijze, plaats van de vouwlijnen enz. Aangezien zeer veel delen aan elkaar vast zitten en vaak slechts 1x gevouwen kan worden is het van goot belang dat u tevoren weet wat u doet!

Ter verduidelijking nogmaals:
- Dubbel te vouwen delen: vouwlijnen aan de buitenzijde!!
- Haaks om te zetten delen: vouwlijnen aan de binnenzijde van de vouw!!

Bekijk bij uw etsplaat tevoren goed of u alles thuis kunt brengen. Kleine onderdelen kunnen wat onduidelijk zijn maar deze vind u in de rest van de tekst terug.

Het onderstel
U haalt de etsplaat van het onderstel los uit de etsfret.

Zet allereerst de bufferbalken haaks om naar boven (1). Dit is haaks omzetten dus de vouwlijn aan de binnenkant houden!
Het volgende zijn de stelbalken met de steunen eraan (2). Zet eerst de stelbalk zelf haaks om ten opzichte van de steunen. Klem de stelbalk in een vlakke bankschroef en druk de rest haaks om met een stalen liniaal. Draai dan het geheel nogmaals door en steek de drie lipjes aan de stelbalk in de daarbij passende sleufjes in het onderstel. Trek de lipjes van achteraf goed strak aan en zet ze wat om met een plat tangetje. De stelbalk is nu opgesloten en kan nu zodanig gericht worden dat deze goed haaks staat. Soldeer de stelbalk dan in de hoek voorzichtig aan de bufferbalk. Gebruik niet teveel soldeer zodat de buitenzijde schoon blijft. In het onderstel zijn per stelbalk ook drie kleine lipjes aanwezig die u naar beneden kunt omzetten om de stelbalk beter uit te richten.

Als volgende zet u de balansijzers om, ook nu haaks naar boven (1 hieronder). Hieraan zitten meteen wat stangen van het remwerk. In de balansijzers soldeert u de messing lagertjes (2 hieronder). Van deze lagertjes slijpt of knipt u het puntje wat af zodat de kunststof aspot er straks beter overheen past. Let op: De totale afstand tussen de balansijzers dient 22.5mm te zijn. Zorg dat dit klopt voordat u nu de balansijzers aan de stelbalk soldeert. De steun voor de motor kunt u nu ook omzetten (nr 4 en 5 hierboven).
Vertin e.e.a. met wat soldeer ter versterking.

De opstaptrede (nr 3 hierboven) zet u ook iets omhoog. 
De trede zelf dient horizontaal te blijven. 

In het vierkante gaatje in de bufferbalk soldeert u de koppelingshaak. Indien u een NEM schacht wilt monteren zijn losse setjes hiervoor beschikbaar of kunt u een Symoba mechaniek gebruiken. U kunt deze tegen de bodem lijmen. De afbouw van de schroefkoppeling staat verderop beschreven.
De rangeerhandgrepen (beugels onder de bufferbalk) zet u onder 45 graden schuin naar voren met een platbek tangetje.

Het remwerk
De hieronder afgebeelde onderdelen zijn nodig voor het remwerk en de spoorstaaf ruimers. Onderdeel 1 is de spoorstaaf ruimer. Zet de onderstel strip helemaal om (vouwlijn dus aan de buitenzijde) en soldeer deze vast. De twee steunen van de ruimer worden haaks omgezet.

Er zijn twee types remblok, nr 2 en 3. Het verschil zit in het “pennetje” dat achter het remblok uitsteekt. Vouw van alle remblokken het reliefdeel dubbel en soldeer dit vast (zie de pijl bij 3). Rukm daarna de gaatjes in blokken nr 2 en steunen nr 4 op zodat er een 0,5mm draadje doorheen past.


U steekt de remblokken en de steunen nr 4 in de sleufjes in het onderstel en soldeert ze vast. Let op dat het reliëf van de remblokken aan de buitenzijde komt.
Door de remblokken nr 2 en de steunen nr 4 komt een messing draadje van 0,5mm.


Op de remblokken nr 3 komt de steun nr 5. Deze is iets te breed. U dient deze eerst tot 22.5mm breedte af te vijlen. De sleufjes passen op de remblokken, de einden soldeert u aan de lipjes van het remwerk die aan de balansijzers vast zitten.

De spoorstaaf ruimers kunt u nu eveneens aanbrengen. Deze passen aan de buitenkant van de stelbalk in de sleufjes in de bodem. Let op: de schuine steun zit aan de voorzijde. Controleer goed of de spoorstaaf ruimer netjes rechts staat en soldeer deze dan vast, bij voorkeur van binnen uit aan de lipjes.

De instapbak voor de machinist (nr 6) vouwt u op door de zijkanten haaks om te zetten. De breedte is na het omzetten net wat smaller als de gaatjes in de opstaptreden die aan het onderstel zitten. Zet de zijkanten daarom net niet haaks om. Bij eerstvolgende revisie wordt / is dit vervallen.
De bovenkant van de lipjes mag net 0,2mm door de bodemplaat steken. De steunen van de lipjes zet u dan aan de onderkant van de bovenste opstaptrede vast. Richt daarna de tweede trede zodanig uit dat deze in het midden zit en soldeer ook deze vast. Tijdens de verdere afbouw zal de instapbak mogelijk naar binnen verbuigen. Als dit gebeurd: zo laten zitten tot u met de laatste details bezig bent. Het steeds weer recht buigen kan tot vervorming gaan leiden dus kunt u het beter pas op het laatst eenmalig recht buigen.

De nokjes van de pennetjes aan de voorzijde die boven de bodem uitsteken en de eventuele doorstekende pennetjes van de instapbak slijpt u nu glad af zodat de kap er goed op past.
Uw onderstel is nu in ruwbouw klaar. U kunt even de wielen zonder aandrijving eronder steken en het kapje erop zetten om een indruk van het model te krijgen.

De kap
Neem de kunststof kap en verwijder met een scherp spits mes voorzichtig alle bramen. Boor alle gaatjes met een 0,5mm boortje door. Aan de kop bevinden zich enkele aangietnokken die u eveneens voorzichtig weg zaagt en vijlt. Daarna de onderkant van de hele kap op een stuk fijn schuurpapier op een vlakke plaat even schuren zodat deze goed vlak is.
De gaatjes voor de verticale handgrepen (1) van het machinistenhuis op de zijkant dient u alle acht nog te boren. Deze handgrepen behoren in lijn door te lopen met de steunen van de opstaptrede. Neem een handgreep uit de etsplaat en leg deze op de zijkant van het model zodanig dat de onderzijde gelijk zit met de onderzijde van de kap.
U ziet nu waar het bovenste gaatje moet komen. Boor dit gaatje door en steek de handgreep er een klein stukje in. U ziet nu exact waar het tweede gaatje moet komen. Ook deze doorboren, de handgreep erin steken en van binnenuit wat secondelijm tegen de handgreep aanbrengen. Lijm niet aan de buitenzijde!
De handgreep dient vrij van de wand te komen, ook nu zodanig dat deze lijkt door te lopen over de instapbak.


Op de huif komen verder bij alle versies de handgrepen 2 en 3 en de gegoten messing lantaarnijzer nr 4. Bij de HSM versie zonder montagestelling komen tegen de zijwand de opstaptredes nr 6 en handgrepen nr 5 (links en rechts op de hoek). Deze handgreep dient u uit draad (0,5mm) te buigen en ook hierbij de gaatjes zelf te boren.

Voor de versie met montagestelling dient u vooraf de klinknagels op de hoeken van het machinistenhuis weg te snijden / schrappen. Hierop komen messing u profieltjes die gelijmd worden op de hoeken.

Bij de HSM versie komen bovenop de cabine de grote elektrische lampen. Zoals afgebeeld is de kap van de HSM versie klaar voor het schilderen.

Montage stelling op dak
Neem de ets voor de montagestelling uit de etsplaat. U kunt deze stelling op meerdere manieren opbouwen. De normale versie is met ingeklapte hekjes zodat het model rijdend kan worden ingezet op de hoofdbaan. Indien u de hekjes opklapt is de loc bezig met een inspectie en kunt u er personeel op plaatsen. U kunt dan ook de plank naar de zijkant uitgeschoven monteren en het hekje aan die zijde neerklappen. In deze toestand kunt u eigenlijk slechts zeer langzaam rijden, op het dak moet men kunnen zien wat de staat van de bovenleiding is…

Op de kap komen twee kunststof bakken die voor opslag van gereedschappen waren. Deze haalt u los van de gietboom en vijlt u aan de onderzijde netjes glad zodat ze goed op het dak aansluiten.


Het bordes bestaat voornamelijk uit één geheel met wat vouwwerk.
Als eerste vouwt u de lange lippen dubbel, vouwlijnen aan de buitenzijde!
Soleer deze dan vast aan het hekje. Doe dit bij alle steunen en slijp ze dan een klein beetje in ter plaatste van de 2 op de foto indien u neergeklapte hekjes wilt maken. Let op: slijpen aan de kant waar de horizontale plankes “erop” liggen, precies tussen deze plankjes door. In de dubbel gevouwen lange lippen was reeds een vouwlijn aanwezig dus slijp zeker niet te ver. Zet nu de zijkant van het bordes naar beneden om zodat de kehjes naar onder wijzen (3). 
De hekjes daarna in hun geheel weer omklappen naar boven en tegen de zijkant van het bordes solderen. Pas daarna de bovendelen van de hekjes naar buiten toe naar beneden klappen (4).

Neem nu de bodem en de delen voor de uitschuifbare plank.
Van de bodem (rechts op de foto) zet u de zijkanten haaks om. De steun voor de plank wordt daarbij meteen zichtbaar omdat deze naar boven komen.


De plank schoof in twee delen uit. De laatste plank (plaatje geheel links) komt in een frame (midden). Dit frame vouwt u tot koker (vouwlijnen binnenzijde). We raden u aan de losse plank erin vast te zetten op de gewenste stand. De plank kon tot iets over de helft uitschuiven.
Tussen de steunen van de bodem komt het frame met plank.


Zet eerst de geleiderwieltjes in deze steunen om (de ronde oogjes in de beugels, deze een kwartslag draaien). In de bodem zitten vier geleider nokjes voor het plankframe. Het frame zelf kon tot iets minder dan de helft uitschuiven buiten het bordes. Monteer de bodem nu in de bovenkant van het hekwerk.

Tegen de zijkant van het machinistenhuis lijmt u vier messing U profieltjes. Vijl daartoe eerst een nokje in het dak en haal de klinknagels op de hoeken weg. Zet na goed uitharden van de lijm de profielen iets om naar binnen en zet ze ter hoogte van het bordes weer wat om zodat ze recht komen. Dit werkje zal op het oog moeten gebeuren waarbij u het bordes ertussen klemt om e.e.a. uit te richten. Zet niet eerst de profielen aan het bordes vast en pas daarna aan de kap. Uit ervaring weten we dat dit veel bewerkelijker is om exact de juiste hoek en hoogte te krijgen bij het verlijmen van de profielen aan de kap.

Als u de profielen naar uw wens heeft gevormd lijkt of soldeert u het bordes aan één profiel vast. Daarna nogmaals e.e.a. uitrichten en het naastgelegen profiel vastzetten. Daarna van voren controleren of het bordes in het midden zit en goed in lijn met de rest van de kap. Dan als laatste de profielen aan de andere kant aan het bordes vastzetten.

In de kap op de neus komen per luik tussen de handgrepen kleine oogjes (2) waaraan een kabel zat die naar de bijbehorende lier op het bordes liep. De lieren zelf zijn de kleine vierkante kunststof bakjes met op de zijkant een vierkant nokje voor de liersleutel. Deze nokjes worden naar binnen geplaatst bij het aanbrengen (3).

Tegen de zijkant van het machinistenhuis waren bovenin twee vaste rangeerlantaarns aanwezig. Op de boom met kleine onderdelen is dit het kleinste deel met een gaatje erin. Haal het blokje los en lijm in het gaatje een 0,5mm draadje. Laat de lijm goed verharden en zet de draad daarna haaks om. Boor in de kap net boven de rail van het gordijn een gaatje en steek de lantaarn met het draadje erin. Ook hier van binnenuit vastzetten.

Bij de versie als montagewagen werden voor de ramen veiligheidsroosters aangebracht. Deze lijmt u met zeer weinig lijm tegen de ramen. Let er goed op dat u ze op gelijke hoogte en goed horizontaal aanbrengt!!

Aandrijving
De aandrijving bestaat uit een messing plaatje met wee tandwielen en een wormoverbrenging. Het messing haalt u los. Er is een productiefout ontstaan in het gat voor de as van het tussen tandwiel. Eén van de twee gaatjes voor deze as zit niet in het midden van de lip. Dit is echter geen probleem. De as voor dit tandwiel (2mm messing buis) steekt u in het goede gat en soldeert u haaks vast aan de buitenkant. Slijp de buis daarna af zodat deze nog ca 5mm doorsteekt. Pas het tandwiel op de as en controleer of er geen soldeerresten etc. zijn die een vrije loop belemmeren. Daarna kunt u de zijkanten en de steunen voor het tussen tandwiel haaks omzetten. Van het tussen tandwiel komt het grootste tandwiel exact in het midden en het ander wat excentrisch.
Haal even het tandwiel eruit op plak het af en schilder de aandrijving (zie “schilderen” achteraan voor tips).

Van één as neemt u een wiel los. Doe dit als volgt: Houd de wielen met elk twee vingers vast en trek ze al draaiend (!) voorzichtig van de as. Er zal vanzelf één wiel loskomen. Schuif op de as de eerste zijkant avn de aandrijving en daarna het tandwiel. Doe ook dit al draaiend tot het precies onder het tussentandwiel komt als de messing plaat tegen het wiel komt. De aandrijving zit nu vanzelf helemaal op de as. Breng vervolgens weer het losgenomen wiel aan (draaiend) en controleer de wielafstand met het andere wiel.

Op de motor komt de worm. Deze drukt u er een stukje op zover als u met de hand komt. Zet de motor met as en worm op de worm neer op een plankje met daarop een stukje karton. Tik nu voorzichtig op de as tot de worm er helemaal op zit. Steek de motor door de aandrijving en schroef deze met de twee kleine stalen schroefjes vast.
Sluit aan de einden van de motor twee draden aan en laat de aandrijving nu voorzichtig inlopen terwijl u deze smeert. Wij raden u aan siliconen spray te gebruiken (verkrijgbaar bij de autohandel). Dit wordt geleverd in spuitbus. Eventueel in een potje spuiten en met een pipet op de aandrijving druppelen. Laat de aandrijving daarna een kwartiertje zachtjes lopen, daarna nog een kwartiertje op half vermogen. De aansluitdraden kunt u daarna weer losnemen en uw aandrijving verder inbouwen.

Het verdient voorkeur de aandrijving niet direct gefixeerd in te bouwen. Plaatst de aandrijving in het onderstel en leg tussen de motor en het frame wat schuinplastic of ander zacht materiaal. Om de motor met schuim steekt u door de gaatjes in het onderstel een draadje waarvan u de einden bij elkaar wikkelt. Wikkel deze tot de motor niet teveel kan bewegen en knip de rest van de draad weg. U heeft nu een soepele oplegging die minder kan wringen en tevens voor minder motorgeluid zorgt.


Op het onderstel brengt u nu de veerpakketten met aspotten en de buffers aan. 
Van de aspotten boort u eerste de achterzijde iets in met een
1.5mm boortje met de hand!!


De veerpakketten ZAAGT u voorzichtig los.
Bij knippen is er zeer veel kans dat ze kapot gaan. U zaagt ze net boven de ophangsteunen af waarna u de braampjes en het middelste nokje verwijderd met een zeer scherm mesje.

De buffers lijmt u met het nokje aan de achterkant in de gaatjes in de bufferbalk en boort u na het uitharden van de lijm met een 1mm boortje door. Bij rangeermachines werden de bufferschijven zwart geschilderd dus we raden u aan nu de stalen bufferstelen er al in te lijmen. Laat ze ca 2mm buiten de huls doorsteken.

Stroomafname
Op het frame lijmt u twee rechthoekige stukjes styreen (2) of pertinax. Daarop lijmt of soldeert u aan elke kant een draadje fosforbrons. Dit zijn de stroomafnemers. Na het uitharden van de lijm buigt u de einden van de draad naar beneden zodat ze boven het loopvlak van de wielen komen en er licht tegen aandrukken als de wielen in het frame zijn geplaatst.


Vanaf deze draadjes soldeert u draden naar de aansluitlipjes van de motor. Indien het model de verkeerde kant op rijd deze twee polen verwisselen.

Kortkoppeling en schroefkoppeling
U kunt het model uitrusten met een NEM kortkoppelschacht of een beweegbare schroefkoppeling. Bij deze laatste dient u uw modellen voorzichtig met een pincet te koppelen. We raden u dan wel aan verende buffers te plaatsen. Aangezien de montagewagen op inspecties vaak alleen of met slechts één open goederenwagen voor materialen reed, kunt u ervoor kiezen aan slechts één zijde of geheel geen NEM schacht te plaatsen. Indien u Kadee koppelingen gebruikt hoeft u de NEM schacht niet beweegbaar te monteren. De speling op deze beweging zal bij dit type koppeling zelfs nadelig werken. Deze koppelingen naar model van Amerikaanse klauwkoppelingen zijn natuurlijk niet naar Nederlands model maar zijn relatief klein en vallen veel minder op dan de gangbare kortkoppelingen van de grootserie fabrikanten.
Bijgesloten is een kunststof Symoba kortkoppel mechaniek voor montage tegen de onderkant van de bodem aan de zijde van de niet aangedreven as. De voorzijde van de schacht komt gelijk met de voorzijde van de bufferbalk. Dit houd in dat het mechaniek relatief weinig draagvlak heeft. Vijl daarom eerst de bovenzijde waarmee deze aan de bodem wordt gelijmd goed vlak (er zitten drie nokjes op die weggeschuurd moeten worden). Lijm het mechaniek pas daarna op de bodem, eventueel naderhand wat extra lijm ter versteviging aanbrengen (zie vorige foto bij 3 de koppeling aangebracht). U kunt ook kiezen om eerst met een stukje etsfret het gat in de bodem wat verder dicht te solderen.
Aan de voorzijde is het niet mogelijk een beweegbare NEM schacht te plaatsen. Op verzoek is een vaste schacht uit messing los leverbaar.
De schroefkoppeling kan verend worden gemonteerd of vast. De koppelingshaak zet u dan vast aan het onderstel of u brengt achter de bufferbalk een klein veertje aan met een stukje draad dwars erdoor aan de achterkant om deze in te klemmen. Deze veertjes worden niet bijgeleverd.

 
Hierboven afgebeeld de gemonteerde schroefkoppeling met links de onderdelen. Bovenaan staat de haak die u in de bufferbalk steekt, daaronder de delen die hieraan komen. Het pennetje van het eerste deel steekt u door het oogje in de koppelingshaak. Het derde deel met spindel klemt hierin, afgesloten door de beugel aan het eind. 

Montage kap
In de kap worden de twee losse kunststof blokken gelijmd waaraan de kap wordt geschroefd. Let op: de zijde met de gaatjes dicht bij de rand van het blok komt naar de voorkant van de loc gericht. In de bodem zijn gaatjes aanwezig waarin u de schroefjes draait. 

Afwerking van uw model 
Het bouwen van uw model is nu klaar. Breng eventueel wat ballast in de vorm van bladlood aan de binnenzijde aan en controleer of uw model naar tevredenheid rijd en koppelt. 
Schilderen of spuiten:
Als laatste kunt u uw model van een verflaag voorzien. We adviseren u dringend een airbrush te gebruiken.
Het is mogelijk de modellen met een spuitbus te spuiten maar de exacte NS en HSM kleur zijn voorzover bekend nergens leverbaar omdat de NS kleur een gemengde RAL kleur is en voor de HSM geen RAL nummer bestond. Indien u voorkeur heeft voor een spuitbus adviseren wij u een modelbouw spuitbus te gebruiken, deze geven niet zo veel verf bij het spuiten. 
Schilderen met de hand is ook mogelijk maar niet met de bij ons leverbare lak. Gebruik daarvoor bij voorkeur Super Enamel van Humbrol of Tamiya verf en breng daarna een aantal dunne lagen extra zijdeglans vernis aan.
Voor het spuiten van onze modellen is een zeer eenvoudige airbrushset met een spuitbus drijfgas al voldoende. Deze zijn vaak al verkrijgbaar vanaf € 30,-. Regel de airbrush zodanig af dat deze een gelijkmatige hoeveelheid verf geeft. Heeft u geen ervaring met een airbrush dan adviseren wij u dit eerst te oefenen op een goedkoop ander model uit uw rommelbak (eerst zeer goed ontvetten). Mocht het spuiten desondanks mislukken dan kan de gehele verflaag snel verwijderd worden door het model (zonder wielen en aandrijving!) in een bad thinner te leggen en weer opnieuw schoon te maken etc.

Voorbereiding voor het spuiten:
Haal voor het spuiten en schoonmaken eerst het model zover mogelijk uit elkaar. Leg de wielen en aandrijving apart weg. Ontvet het model met b.v. VIM of Cif schuurmiddel en een oude tandenborstel onder warm water. Schuur niet te hard, de kap dient enkel van wat resten siliconen van het productie proces gereinigd te worden en het messing onderstel alleen van resten soldeermateriaal. Teveel kracht zetten kan tot beschadiging van o.a. de handgrepen leiden. Spoel de beide delen daarna ZEER GOED af met ook hierbij borstelen met de tandenborstel zodat er geen korrels schuurmiddel meer op aanwezig zijn. Plaats het model nu in een pannetje warm water met een flinke scheut azijn, maximaal 70 graden heet. 
Laat het model een half uurtje liggen en daarna goed drogen. Spuit een dunne laag (metaal)primer. Deze is eventueel ook als spuitbus leverbaar van Tamiya. Een andere zeer goede grondlaag krijgt u met een dunne laag spuitplamuur van Alabastine (aanrader!). Ondanks de naam plamuur is de laagdikte zeer minimaal en de hechting zeer goed, zowel voor messing als kunststof. Ook reageert deze nagenoeg nooit met andere verven wat bij veel primer wel het geval is (altijd eerst even testen!)
De grondlaag dient u in ongeveer twee zeer dunne lagen aan te brengen. Na goed drogen kunt u het model in de definitieve kleur spuiten. Ook dit in meerdere dunne lagen doen!

Spuiten met de airbrush:
Spuit eerst het model in de kleur van de bak en na afplakken pas het dak / montagestelling. Spuit de gehele stelling en dak eerst donkergrijs van het dak en schilder of spuit pas na opnieuw afplakken het bordes zwart. De tussenliggende delen van de U profielen en de neergeklapte delen van de rekken met de hand schilderen.

Na het drogen van de primer brengt u de eerste dunne laag verf aan. Begin bij het spuiten altijd NAAST het model waarna u in één keer gelijkmatig over het model gaat, wederom tot naast het model. Hierdoor voorkomt u spetters.
Begin steeds aan dezelfde zijde en ga in banen over uw model. Laat uw model na de eerste dunne spuitgang redelijk drogen voordat u een tweede laag aanbrengt. Indien u weinig ervaring heeft met spuiten is het beter om in meerdere dunne lagen het model te spuiten als in één dikkere laag.

Opschriften:
Opschriften zijn los bijgeleverd als waterslide transfers voor de bufferbalken. Knip deze zo dicht mogelijk bij de gewenste tekst uit en leg ze in een bakje water. Niet twee delen tegelijk in het water leggen, u heeft dan kans dat ze aan elkaar gaan kleven. De transfers komen meestal niet geheel los van het dragervel. Hierdoor is het eenvoudiger ze aan te brengen. Maak eerst de plaats waar de transfer komt op het model wat nat met wat Microset, geen water. Water blijkt als nadeel te hebben dat dit niet altijd geheel transparant opdroogt doordat soms wat vocht ingesloten raakt. Dit geeft dan doffe plekken achter de transfer.
Schuif de transfer iets van het drager vel door deze tussen uw vingers te klemmen. Houdt het afgeschoven deel op de juiste plaats op het model en trek zeer voorzichtig het dragervel onder de rest van de transfer uit. U kunt de transfer nu met een ZACHT nat kwastje eenvoudig nog verschuiven en grotere luchtbellen er uit wrijven (met de kwast!). Als u tevreden bent over de plaats laat u de transfer drogen. Voorzichtig deppen met tissue kan ook maar let zeer goed op dat e.e.a. niet verschuift! Na droging brengt u transfer weekmaker aan (b.v. Microsol van Micro engineering, verkrijgbaar bij MK studio’s). Dit maakt de transfer week zodat deze perfect over b.v. klinknagels valt. Breng na zo’n 15 minuten nogmaals de vloeistof aan en laat het goed drogen. Deppen raden wij niet aan omdat de transfer ook wat kleverig wordt en aan het depdoekje / tissue kan hechten. Als u luchtbelletjes ziet kunt u ter plaatse met een naald een klein gaatje prikken. Indien de transfer na droging niet naar tevredenheid over het reliëf zit kunt u deze weer met weekmaker behandelen. Indien de transfer na behandeling met Microsol scheef zit kunt u helaas niets anders doen dan deze te verwijderen. Ook hiervoor Microsol aanbrengen en de transfer wegpoetsen met een wattenstaafje. Bij alle transfers zit één reserve exemplaar.

Nummerplaten
Er zijn platen voor de NS en HSM versie bijgeleverd. Deze lijmt u als laatste met een heel klein beetje secondelijm of Kristal Klear op de zijwand. Ze zijn al gezwart en hoeven niet verder geschilderd te worden.

Vernissen
Als de transfers naar tevredenheid zitten brengt u nog een zijdeglans vernislaag aan om de transfers te beschermen en te zorgen voor een gelijkmatige afwerking van uw model. Ook hierbij liever 3 dunne lagen i.p.v. 1 dikke aanbrengen!
Gebruik zeker geen hoogglans vernis maar liever zijdeglans. Mat is meestal ook niet aan te raden, dit maakt uw model wat “stoffig” en oud maar dat was het in de praktijk niet. Het materieel werd indertijd heel behoorlijk onderhouden en het meeste stof regent er in Nederland vrij snel vanaf. Materieel uit de periode tot 1923 dient er blijkens foto’s zelfs steeds “als nieuw” uit te zien in een mooie zijdeglans laklaag.

Zijdeglans vernis is leverbaar in spuitbus van Citadel Colours, verkrijgbaar bij “games” winkels en diverse modelbouwzaken. Normale zijdeglansvernis van o.a. Wyzonol is met terpentine verdunbaar en bij de meeste bouwmarkten verkrijgbaar. Deze is goed te verwerken met de spuit maar minder goed met de kwast. In dat geval raden we spuitbussen aan. Voor de door ons geleverde lak is tevens een zijdeglans vernis los leverbaar.

Let op: sommige vernissen zijn vrij agressief en kunnen uw eerdere laklagen en transfers aantasten!! Eerst even testen!

Na het vernissen kunt u de kopramen van beglazing voorzien. Lijm wat transparant plastic aan de binnenzijde tegen de ruiten met Kristal klear. Deze stroperige witte vloeistof brengt u met een cocktail prikker op de randen van het raam. Eventueel ernaast geraakte lijm droogt kleurloos op en is ook met en pincet voorzichtig te verwijderen.

Tot slot:
Het model kan nu gemonteerd worden en is klaar voor uw modelbaan of vitrine.
We hopen dat u veel plezier heeft gehad van de bouw en dat u tevreden bent met het resultaat. Mocht u tijdens de bouw vragen hebben dan kunt u altijd even schrijven of bellen. A.u.b. een schetsje / duidelijke omschrijving van het probleem erbij vermelden.
Ook als u zelf het “probleem” al heeft verholpen stellen wij uw reactie op prijs zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij een volgend model.
Als het goed is heeft u dit allemaal gelezen voordat u nu gaat beginnen....?

Dus: Veel plezier met de bouw of
Veel plezier met uw model

M. Kastelijn 2005