Messing model 20 tons HSM rongenwagen art. m-152, ook geschikt voor beginners!!


Foto: HSM uitvoering


Foto: NS uitvoering rond 1950

Het model, de bouwset:

De bouwset van dit model bestaat geheel uit messing en bevat verder de volgende onderdelen:
- Volledig messing wagenbak, draaistellen en rongen
- Kunststof NS en HSM aspotten (gegoten messing exemplaren los leverbaar)
- Kunststof bufferhulzen met stalen bufferstelen (verende messing exemplaren los leverbaar)
- RP 25 wielen (het voorbeeld van dit model kende enkel schijfwielen)
- Messing draad
- NEM kortkoppelschacht
- Transfers in HSM of NS uitvoering
- Complete bouwbeschrijving (zie ook verderop op deze pagina)

De bouwset is ook voor beginners geschikt en is zowel te solderen als lijmen (onze voorkeur gaat uit naar solderen). Ter verduidelijking over de inhoud van deze bouwset staat verder naar onder op deze pagina de bouwbeschrijving zoals deze bij dit model wordt geleverd, echter zonder de eveneens bijgeleverde tips over soldeertechnieken enz. Deze vind u elders op de site en worden bij de bouwset ook meegeleverd.  

NS versie, bouwset        Art. m-152ns    € 37,50    
HSM versie, bouwset    Art. m-152hsm € 37,50    
Optie:                     Art. 823 verende stangenbuffers   €   6,-    
Optie: (let op, 2 sets benodigd!)  Art. 518, set van 4 messing HSM aspotten   €   3,50    

Het voorbeeld 

Dit model is gebaseerd op een serie van 50 stuks, gebouwd door de HSM in 1892 en 1897. Ze kregen de nummers 60001-60050. De eerste vijf exemplaren werden door de HSM al in 1894 verbouwd tot gesloten vierassige goederenwagens (ook leverbaar als art. m-160). De overgebleven wagens werden bij NS HTRG 88716-88775. 
De wagen bestond uit twee ijzeren I-profielen met daartussen dunne ijzeren profielen en op de koppen een U profiel. Aan de U profielen waren steunen voor de afneembare rongen gemonteerd. Het wagendek was van hout met verhoogde balken om laden en lossen te vergemakkelijken. Voor voldoende stijfheid werd onder de wagen spanwerk aangebracht, te verstellen door de middelste steun in- of uit te draaien.
De draaistellen waren volledig geklonken en van de standaard HSM goederenwagen aspotten voorzien. De wagens deden dienst tot in de jaren vijftig.

Wijzigingen:
Vanaf 1930 bracht men op deze wagens een luchtleiding aan. Een deel van de serie (NS 88726-88770 kreeg in 1937 een Kunze Knorr goederentrein rem, de overige bleven onberemd. Bij NS werden de oude HSM aspotten na 1940 bij veel wagens vervangen door standaard NS W1 aspotten. Verder bleven deze wagens nagenoeg ongewijzigd in dienst tot begin jaren zestig.

Kleurstelling:
Deze rongenwagens zijn zover bekend bij de HSM altijd zwart geweest. E.e.a. blijkt uit de originele tekeningen waarop de wagennummers niet met schaduwletters zijn weergegeven terwijl dit op de (bruine) wagenbak bij gesloten wagens wel gebruikelijk was. Op onderstellen werd nooit een schaduwrand aangebracht omdat deze zwart waren en de schaduw ook. Zover wij hieruit kunnen opmaken zijn deze rongenwagens dan ook steeds geheel zwart geweest.
Bij NS is het mogelijk dat de bovenbouw donkergrijs werd en de draaistellen zwart bleven. Zekerheid hierover is er niet. Wel warden nagenoeg alle platte wagens (waaronder deze rongenwagens) vanaf de jaren vijftig zeker geheel zwart. Het wagendek werd geteerd wat een dof grijs/zwarte kleur opleverde. Dit gold voor alle platte- en rongenwagens die daarmee dan ook geen bruine of natuurkleur kende zoals vaak in de modelbouw wordt toegepast. Ook bij NS bleef dit zo.

 

Bouwbeschrijving HSM rongenwagen

Hieronder vind u de bouwbeschrijving zoals deze bij dit model wordt geleverd echter zonder de eveneens bijgeleverde tips over soldeertechnieken enz. Deze vind u elders op de site.

----------------------

Deze bouwbeschrijving behandeld de bouw van deze wagens stapsgewijs. We gaan er vanuit dat u de algemene bouwbeschrijving heeft gelezen? Daarin vind u enkele tips over de constructie wijze, plaats van de vouwlijnen enz. Aangezien zeer veel delen aan elkaar vast zitten en vaak slechts 1x gevouwen kan worden is het van goot belang dat u tevoren weet wat u doet!

Ter verduidelijking:
Dubbel te vouwen delen: vouwlijnen aan de buitenzijde!!
Haaks om te zetten delen: vouwlijnen aan de binnenzijde van de vouw!!

Onderstel

Haal het onderstel uit de etsplaat met de stelbalken enz. die eraan vast zitten. Indien u de luchtslangen wilt aanbrengen dient u een gaatje links of rechts naast de trekhaak door te boren (verschilde per wagen). Zet de dunne lange strip aan de onderkant (de reliëfzijde van de stelbalk) iets meer dan haaks om met de vouwlijntjes aan de buitenzijde zoals op de bovenstaande foto. U doet dit het beste door de wagen in te klemmen met een plankje op de hoek van een tafel of iets dergelijks en met een ander plankje of stalen liniaal de stelbalk om te zetten. Breng aan de achterzijde een dunne laag lijm of soldeerverf aan ter plaatse van de rongen, verder niet! (= waar de pijl staat op de bodem). Zet dan deze hele strip ineens verder om en druk deze voorzichtig goed aan ter plaatse van de rongen. 

Neem de bodemplaat en zet de “strips” die eraan zetten helemaal om met de vouwlijn aan de buitenzijde. Net voor u ze aandrukt brengt u wat lijm of soldeerverf aan op de achterzijde en drukt u ze door om ze vast te zetten.

De draaistellen:

U begint met de veerpakketten. U vouwt eerst het reliëfdeel dubbel (vouwlijn buitenzijde) nadat u eerst lijm of soldeerverf heeft aangebracht (ter plaatse van de pijl bij het draaistel). Dit dubbele veerpakket vouwt u dan ook weer dubbel, nu tegen het draaistel aan. Op de pennetjes waarmee deze aan het draaistel zitten brengt u tevoren geen lijm enz. aan. 
Na het vastzetten van het veerpakket op de zijkant wordt het lange doorstekende lipje afgeknipt zodat de linker en rechter ophanging van het veerpakket er hetzelfde uitziet (= pennetje met de pijl erbij geheel links).

Soldeer dan in de gaatjes de messing lagertjes van binnenuit vast. Neem de aspotten en boor deze aan de achterzijde voordat u ze van de gietboom haalt, met een 2mm boor ca 1.5mm uit. Hierdoor passen ze beter over de aslager. Het kan echter zijn dat deze nog niet goed willen passen omdat de lagertjes vrij lang zijn. Knip dan een klein puntje van het lagertje af (gedaan bij het lager rechts met pijl). De assen raken in de praktijk het einde van het lager meestal niet.

Let op: het kan nu na het vastzetten zo zijn dat de assen wel exact in de puntjes zouden komen bij het plaatsen van de wielen. Vijl dan net het spitse puntje van de as af om ze zonder klemmen te laten lopen. Dit kan zonder enig nadelig gevolg. 

U zet nu van het draaistel de zijkanten haaks naar beneden om met de vouwlijn aan de binnenzijde. Dit kan eenvoudig met de hand. Aan de binnenzijde de vouwrand met wat normaal soldeertin verstevigen. 

1 = kortkoppelmechaniek
2 = beugeltje voor rongen
3 = dekplaat bufferbalk
4 = rongen
5 = dwarsbalk draaistel
6 = steun van het spanwerk
7 = draaipunt draaistel
8 = geleider draaistel

De lipjes aan de einden van de zijkanten van de draaistellen worden naar voren omgezet met een plat tangetje (zie vorige foto, pijl bij het draaistel). Tegen deze lipjes komen de dwarsbalken van het draaistel. Deze zijn even lang als de buitenmaat over deze lipjes. In de binnenhoek deze strips extra goed vastzetten met normaal tin.

Bij gebruik van de NEM schacht de dwarsbalk aan de voorzijde doorknippen en de einde haaks naar binnen omzetten als op de foto (op het draaistel boven de “5”). Houd rekening met het zijdelings uitwijken van de schacht. Een ruimte van ca 8mm is voldoende.

Stelbalken
Zoals op de voorgaande foto te zien is worden de stelbalken na het vastzetten van de reliëfstrip nogmaals omgezet, nu haaks naar beneden met de vouwlijn aan de binnenzijde. U heeft nu al de hoofdvorm van uw rongenwagen klaar. 

Nu kunt u controleren of u uw reliëfdeel netjes en strak heeft omgezet. Omdat deze delen alle vrij dun zijn en ook de verbindingslipjes daardoor extra dun moeten zijn is het mogelijk dat er iets aan ‘slag” in zit; het reliëfdeel zit dan bij sommige hechtpunten iets te hoog of laag. Door e.e.a. opnieuw te verwarmen en met een pincet daarbij iets naar boven of beneden te schuiven, kunt u deze richten.

De onderkant van de stelbalk hoeft u niet verder af te werken tenzij u bang bent voor vervorming. Het vastzetten zelf zal echter al snel voor vervorming zorgen en indien u niet veel ervaring heeft, eerder nadelig werken. Indien u toch wenst deze rand vast te zetten raden we u aan deze te lijmen, al dan niet na het schoonmaken. Bij gebruik van de soldeerbout zal de warmte ervoor zorgen dat de dunne stripjes uitzetten en bol gaan staan. Een strak resultaat is vrij lastig te bereiken met solderen.

In de praktijk pakt u straks uw model op aan de zijkant van de dekplaat en niet tegen deze dunne rand. Daarom is het vastzetten hiervan niet nodig. Na het omzetten komt de steun van het spanwerk naar boven. Deze buigt u terug tegen de stelbalk en zet u van binnen vast.

Aan de bufferbalken zitten op de hoeken onderaan kleine lipjes die de U-vorm van de bufferbalk imiteren. Als u de verbindingslipjes onderaan de stelbalk niet of niet helemaal weghaalt aan de einden zullen deze gaan klemmen. Vooraf deze lipjes wat inkorten of de lipjes goed en voorzichtig weghalen (bij voorkeur knippen met een zeer scherpe zijkniptang) voorkomt problemen.
De bufferbalken zet u daarna haaks om met de vouwlijn aan de binnenkant. U kunt dit eenvoudig doen door de wagen met de bufferbalk plat op tafel gedrukt te houden en de wagen zelf naar voren te kantelen.
Zet als laatste de twee dunne lipjes onderaan de bufferbalk haaks om zodat een U-vorm ontstaat en druk ook het lipje midden onder de bufferbalk haaks naar binnen om.

De lipjes die als draaipunten voor de draaistellen dienen druk u ook naar beneden om.

Kortkoppeling en schroefkoppeling

U kunt het model uitrusten met een NEM kortkoppelschacht of een beweegbare schroefkoppeling. Bij deze laatste dient u uw modellen voorzichtig met een pincet te koppelen. Dit is mogelijk door het gebruik van verende buffers op het model. Vooral bij vaste treinstammen kan dit een fraai resultaat opleveren door het wegvallen van de helaas nogal grof uitgevallen modelspoor koppelingen.
De beweegbare NEM kortkoppelschacht kan gebruikt worden voor het insteken van een standaard koppeling naar keuze. Let bij het insteken erop dat u niets forceert en de schacht verbuigt. Sommige merken hebben zeer stugge en stevig klemmende koppelingen. Beter is het dan iets van de kunststof koppeling te vijlen zodat deze soepeler past.
De NEM kortkoppelschacht bestaat uit twee delen: de koppelschacht zelf en de dekplaat. De schacht vouwt u op met de vouwlijnen aan de binnenzijde. De hoeken hiervan zeker vertinnen voor meer sterkte. Aan de “driehoek” zit in het midden een lipje dat u iets meer dan haaks naar boven omzet. 
U steekt dan de schacht van bovenaf door de dekplaat in de V-vormige sleuven. U steekt de dekplaat in het onderstel en zet aan de bovenzijde de lipjes wat om zodat deze ingeklemd zit. 
Soldeer de houder daarna van ONDERAF tegen de hoeken met zeer weinig soldeer vast aan de bodem (zie foto, solderen ter plaatse van de “S”). Let op dat u de NEM schacht zelf tevoren wegdraait zodat u deze niet vast soldeert.
Knip en vijl of slijp daarna de koppeling montagelipjes aan de bovenzijde van de wagenbak weg.
Indien u Kadee koppelingen gebruikt hoeft u de NEM schacht niet beweegbaar te monteren. De speling op deze beweging zal bij dit type koppeling zelfs nadelig werken. Deze koppelingen naar model van Amerikaanse klauwkoppelingen zijn natuurlijk niet naar Nederlands model maar zijn relatief klein en vallen veel minder op dan de gangbare kortkoppelingen van de grootserie fabrikanten.

Onder de bodem monteert u de draaistelgeleider (zie foto, de pijl rechtsboven). Zet eerst de lipjes aan het eind helemaal om en breng de steun tegen de bodem aan over het pennetje van het draaistel. Het draaistel zelf komt ook weer over dit pennetje en wordt na het schilderen gefixeerd door in het gaatje van deze steun een dun 0,3mm draadje te steken. Het draaistel kan dan niet meer los komen.

De bodemplaat vastzetten, solderen
Op de vier hoeken van de wagen steekt u in de sleufjes van de stelbalken de beugeltjes voor de rongen. Deze vouwt u met de vouwlijn aan de binnenzijde tot U vorm en zet u aan de binnenzijde vast.
Neem nu vier rongen en vouw deze dubbel. Ook hier juist voor het dubbelvouwen lijm of soldeerverf aanbrengen en na het omzetten goed aandrukken en verhitten om vast te solderen.

Pak de bodemplaat en leg deze op de wagen. Steek de vier rongen in de beugeltjes door de bodemplaat. De rongen staan met de platte kant naar de bufferbalken gericht. Ze zullen waarschijnlijk klemmen bij het insteken door een dunne etsbraam. Even de onderzijde van de rongen wat dunnen vijlen voor u ze erin steekt. Ga niets forceren! Breng nu wat soldeer onder aan de rong tegen het beugeltje aan en druk de rong met bodemplaat goed aan. Verhit dit punt dan kort met een brandertje of soldeerbout. Na afkoeling zit hiermee de bodemplaat gecentreerd op de onderkant. Doe dit op alle hoeken van de wagen. Indien gewenst kunt u DAARNA aan de onderzijde met een zware bout of brandertje ter plaatse van de sparing van de steun van het spanwerk en van de draaipunten van het draaistel de bodemplaat aan het onderstel vastzetten. Wat dunne secondelijm hier in laten lopen en goed aandrukken is ook mogelijk. Probeer de bodem zeker niet over de hele lengte vast te solderen!! Dit leid tot vervorming, loskomen van delen etc.!

Neem nu de andere rongen en steek ze in de bodem. Breng wat soldeerverf erover aan en plaats het beugeltje erop. Pas daarna de rong en beugel verhitten zodat ze vast zitten. De beugeltjes behoren tegen de bodemplaat aan te sluiten. U kunt ook eerst alle beugeltjes aanbrengen maar op deze manier voorkomt u dat u van alle rongen de etsbraam aan de onderkant moet afvijlen.

Als alle rongen en beugeltjes geplaatst zijn controleert u of de beugeltjes goed zitten. Ze behoren met de bovenzijde tegen de bodemplaat te komen, soms zullen ze echter wat vrij staan hiervan. Deze beugeltjes opnieuw verhitten en aandrukken tegen de bodemplaat.

Bufferbalken afwerken:
Nu de bodemplaat vastzit kunt u de dekplaat van de bufferbalk aanbrengen. Aan de binnenzijde zijn extra gaatjes gemaakt om met de bout deze van binnenaf vast te kunnen zetten. Let op dat u de platen niet ondersteboven monteert, de buffergaatjes moeten corresponderen. Neem dan de messing buffers en soldeer deze aan de binnenzijde vast. Als u met een brandertje werkt kunt u deze ook van buitenaf vastzetten; breng wat soldeerverf aan en verhit de buffer kort zodat het soldeer smelt. Even vasthouden tot het afgekoeld is en de buffer zit vast. 
Daarna brengt u de bufferplaten over de buffer aan. Ook hier eerst wat soldeerverf aanbrengen of lijmen.
De koppelingshaak vouwt u dubbel en steekt u in de bufferbalk. Ook hier kan deze wat klemmen en dient u waarschijnlijk iets van de dikte van het pennetje af te vijlen voor een eenvoudigere passing.

De schroefkoppeling kan verend worden gemonteerd of vast. De koppelingshaak zet u dan vast aan het onderstel of u brengt achter de bufferbalk een klein veertje aan met een stukje draad dwars erdoor om deze in te klemmen. Deze veertjes worden niet bijgeleverd. 

Vouw de onderste lip met twee oogjes om de erboven afgebeelde spindel met kloot. Deze delen steekt u weer in het daarboven afgebeelde deel. Dat deel is van vouwlijntjes aan de binnenkant voorzien en een pennetje dat u door het gaatje in de koppelingshaak steekt. Monteer een eventuele schroefkoppeling pas als laatste onderdeel voor u gaat spuiten.

Spanwerk
Op de onderstaande foto ziet u het model met spanwerk. Dit spanwerk kan echter voor problemen in krappe bogen zorgen. De zijdelingse speling van de draaistellen is beperkt. Ter plaatse van de cirkel zal het draaistel tegen het spanwerk drukken. Laat uw model eerst testrijden op uw modelbaan om te controleren of aanpassing noodzakelijk is. Plaats eventueel wat extra gewicht op de wagen als deze wat ontsporing gevoelig is. Achteraf vervangt u dit door wat bladlood dat u onder de wagen lijmt.

Bij het meeste moderne railmateriaal met wat ruime bogen zal er geen probleem zijn. Mocht het model toch last van het spanwerk hebben dan kunt u de lipjes van de dwarssteun van het draaistel wat inkorten (ter plaatse van de pijl). Ook kunt u het spanwerk licht naar buiten op het knelpunt. Mocht dit nog niet voldoende zijn dan kunt u er ook voor kiezen het spanwerk alleen aan de steun vast te zetten en niet aan de bak. Het draaistel zal nu in scherpe bogen de draad wat opzij drukken.

Plakbord
Links tegen de houder van de rong kwam bij NS een plakbord (zie aanzichten voor de transfers). Deze rechthoekige plaatjes met in het reliëf een vierkant waren bedoeld om de briefjes op te plakken met plaats van bestemming. De strip erop komt aan de bovenzijde, de voorzijde zit gelijk met de buitenrand van de bodemplaat.

U kunt nu uw wagen gaan voorbereiden op het spuiten. Houd er rekening bij dat indien u met secondelijm heeft gelijmd, u de wagen niet warmer dan 90 graden laat worden aangezien dan alle verbindingen los zullen komen!!

Afwerking van uw model
Het solderen van uw kit is nu klaar.
Breng eventueel wat ballast in de vorm van bladlood aan de onderzijde aan met twee componentenlijm en controleer of uw model naar tevredenheid rijd en koppelt. 

Schilderen of spuiten:
Als laatste kunt u uw model van een verflaag voorzien. Voor dit model is het gebruik van een airbrush niet noodzakelijk maar wel aan te raden.
Het is mogelijk de rijtuigen met een spuitbus te spuiten aangezien ze geheel zwart waren. Eventueel voor NS grijs is Tamiya German Grey ook in spuitbus bruikbaar als u een grijze wagenbak wilt maken.
Indien u voorkeur heeft voor een spuitbus adviseren wij u enkel een modelbouw spuitbus te gebruiken, deze geven niet zo veel verf bij het spuiten. 
Schilderen met de hand is ook mogelijk maar niet met de bij ons leverbare lak. Gebruik daarvoor bij voorkeur Super Enamel van Humbrol of Tamiya verf en breng daarna een aantal dunne lagen extra zijdeglans vernis aan.
Voor het spuiten van onze modellen is een zeer eenvoudige airbrushset met een spuitbus drijfgas al voldoende. Deze zijn vaak al verkrijgbaar vanaf € 30,-. Regel de airbrush zodanig af dat deze een gelijkmatige hoeveelheid verf geeft. Heeft u geen ervaring met een airbrush dan adviseren wij u dit eerst te oefenen op een goedkoop ander model uit uw rommelbak (eerst zeer goed ontvetten). Mocht het spuiten desondanks mislukken dan kan de gehele verflaag snel verwijderd worden door het model (zonder wielen!) in een bad thinner te leggen en weer opnieuw schoon te maken etc.

Voorbereiding voor het spuiten:
Haal voor het spuiten en schoonmaken eerst het model zover mogelijk uit elkaar. Leg de wielen apart weg. Eventueel kunt u nu uw model (laten) stralen en voorzien van grondlaag. Het stralen van uw model is eigenlijk ook niet nodig, vooral als u netjes en zuinig met soldeer heeft gewerkt waarbij u alles aan de achterzijde heeft vastgezet.
Als u dan ook niet wilt of kunt stralen dan gaat u als volgt te werk: Ontvet het model met b.v. VIM of Cif schuurmiddel en een oude tandenborstel onder warm water. Schuur niet te hard, enkel de soldeerresten en vetten dienen verwijderd te worden. Teveel kracht zetten kan tot beschadiging van o.a. de stelbalken leiden. Spoel deze daarna ZEER GOED af met ook hierbij borstelen met de tandenborstel zodat er geen korrels schuurmiddel meer op aanwezig zijn. Plaats het model nu in een pannetje kokend water met afwasmiddel en ca 30% azijn te laten liggen. Dit neutraliseert eventueel nog aanwezig zuur van de soldeer en lost de meeste soldeerresten goed op. Als u e.e.a. gelijmd heeft met secondelijm dan doet u dit NIET! Secondelijm komt in kokend water los! Plaats het model daarom enkel in wat afgekoeld water met azijn, maximaal 80 graden heet.
Laat het model een half uurtje liggen en daarna goed drogen. Spuit een dunne laag (metaal)primer. Deze is eventueel ook als spuitbus leverbaar van Tamiya. Een andere zeer goede grondlaag krijgt u met een dunne laag spuitplamuur van Alabastine (aanrader!). Ondanks de naam plamuur is de laagdikte zeer minimaal en de hechting zeer goed, zowel voor messing als kunststof. Ook reageert deze nagenoeg nooit met andere verven wat bij veel primer wel het geval is (altijd eerst even testen!)
De grondlaag dient u in ongeveer twee zeer dunne lagen aan te brengen. Na goed drogen kunt u het model in de definitieve kleur spuiten. Ook dit in meerdere dunne lagen doen!
Een alternatieve manier van ontvetten is het model in de vaatwasmachine plaatsen. Het iets bijtende afwas middel zorgt voor een mooi schoon model (ook hier: niet doen als u gelijmd heeft!). Ook dan het model laten drogen en voorzien van primer.

Spuiten met de airbrush:
Bij de bak spuit u eerst het model in de kleur van de bak en na afplakken pas het dak. Na het drogen van de primer brengt u de eerste dunne laag verf aan. Begin bij het spuiten altijd NAAST het model waarna u in één keer gelijkmatig over het model gaat, wederom tot naast het model. Hierdoor voorkomt u spetters.
Begin steeds aan dezelfde zijde en ga in banen over uw model. Laat uw model na de eerste dunne spuitgang redelijk drogen voordat u een tweede laag aanbrengt. Indien u weinig ervaring heeft met spuiten is het beter om in meerdere dunne lagen het model te spuiten als in één dikkere laag. 

Opschriften:
Opschriften zijn los bijgeleverd als waterslide transfers. Knip deze zo dicht mogelijk bij de gewenste tekst uit en leg ze in een bakje water. Niet twee delen tegelijk in het water leggen, u heeft dan kans dat ze aan elkaar gaan kleven. De transfers komen meestal niet geheel los van het dragervel. Hierdoor is het eenvoudiger ze aan te brengen. Maak eerst de plaats waar de transfer komt op het model wat nat met wat Microset, geen water. Water blijkt als nadeel te hebben dat dit niet altijd geheel transparant opdroogt doordat soms wat vocht ingesloten raakt. Dit geeft dan doffe plekken achter de transfer.
Schuif de transfer iets van het drager vel door deze tussen uw vingers te klemmen. Houdt het afgeschoven deel op de juiste plaats op het model en trek zeer voorzichtig het dragervel onder de rest van de transfer uit. U kunt de transfer nu met een ZACHT nat kwastje eenvoudig nog verschuiven en grotere luchtbellen er uit wrijven (met de kwast!). Als u tevreden bent over de plaats laat u de transfer drogen. Voorzichtig deppen met tissue kan ook maar let zeer goed op dat e.e.a. niet verschuift! Na droging brengt u transfer weekmaker aan (b.v. Microsol van Micro engineering, verkrijgbaar bij MK studio’s). Dit maakt de transfer week zodat deze perfect over b.v. klinknagels valt. Breng na zo’n 15 minuten nogmaals de vloeistof aan en laat het goed drogen. Deppen raden wij niet aan omdat de transfer ook wat kleverig wordt en aan het depdoekje / tissue kan hechten. Als u luchtbelletjes ziet kunt u ter plaatse met een naald een klein gaatje prikken. Indien de transfer na droging niet naar tevredenheid over het reliëf zit kunt u deze weer met weekmaker behandelen. Indien de transfer na behandeling met Microsol scheef zit kunt u helaas niets anders doen dan deze te verwijderen. Ook hiervoor Microsol aanbrengen en de transfer wegpoetsen met een wattenstaafje. Bij alle transfers zit één reserve exemplaar.

Vernissen
Als de transfers naar tevredenheid zitten brengt u nog een zijdeglans vernislaag aan om de transfers te beschermen en te zorgen voor een gelijkmatige afwerking van uw model. Ook hierbij liever 3 dunne lagen i.p.v. 1 dikke aanbrengen!
Gebruik zeker geen hoogglans vernis maar liever zijdeglans. Mat is meestal ook niet aan te raden, dit maakt uw model wat “stoffig” en oud maar dat was het in de praktijk niet. Het materieel werd indertijd heel behoorlijk onderhouden en het meeste stof regent er in Nederland vrij snel vanaf. Materieel uit de periode tot 1923 dient er blijkens foto’s zelfs steeds “als nieuw” uit te zien in een mooie zijdeglans laklaag.
Zijdeglans vernis is leverbaar in spuitbus van Citadel Colours, verkrijgbaar bij “games” winkels en diverse modelbouwzaken. Normale zijdeglansvernis van o.a. Wyzonol is met terpentine verdunbaar en bij de meeste bouwmarkten verkrijgbaar. Deze is goed te verwerken met de spuit maar minder goed met de kwast. In dat geval raden we spuitbussen aan.

Voor de door ons geleverde lak is tevens een zijdeglans vernis los leverbaar.
Let op: sommige vernissen zijn vrij agressief en kunnen uw eerdere laklagen en transfers aantasten!! Eerst even testen!

Afwerken buffers:
Na het spuiten lijmt u in de buffer het “hoge hoed” vormige messing busje met zeer weinig lijm. Na uitharden hiervan steekt u de buffersteel met daarop een bufferveertje in de buffer. Zet het deel dat doorsteekt aan de achterzijde dan haaks om als vergrendeling. De bufferschijf aan de voorkant staat ca 1.5mm vrij van de buffer zelf.

Tot slot:
Het model kan nu gemonteerd worden en is klaar voor uw modelbaan of vitrine.
We hopen dat u veel plezier heeft gehad van de bouw en dat u tevreden bent met het resultaat. Mocht u tijdens de bouw vragen hebben dan kunt u altijd even schrijven of bellen. A.u.b. een schetsje / duidelijke omschrijving van het probleem erbij vermelden.
Ook als u zelf het “probleem” al heeft verholpen stellen wij uw reactie op prijs zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij een volgend model.

Als het goed is heeft u dit allemaal gelezen voordat u nu gaat beginnen....?

Dus: Veel plezier met de bouw of veel plezier met uw model

M.Kastelijn 2005